Pagina: 1/3
EƩn van de leukste proeven die ik ooit gelopen heb was de teamwedstrijd bij de Goldens in Haaksbergen in 2006. Dit jaar wilde ik heel graag een team samenstellen om aan deze wedstrijdvorm deel te kunnen nemen. Flinte is een B hond en dus ging ik op zoek naar een C en een A hond. Deze vond ik in Johan van Middelaar met Tuva (C hond) en Bram Verweij met zijn Duke (A hond). Drie Flatcoats en dus was de naam "De drie Flatketiers" al gauw bedacht. Het spectaculaire aan zo'n teamwedstrijd vind ik het samenspel. Je kan met meerdere honden tegelijk werken. En daar waar de ene hond faalt, kan de andere hond ondersteunen. Ook kan het zo zijn dat een C hond wordt uitgestuurd op een B apport, omdat de C hond dit nu eenmaal heel goed kan. Dat betekent dat je strategieƫn moet bedenken voordat je aan de proef begint. Om het nu nog ingewikkelder maar zeker ook leuker te maken is dat er destijds ook nog invloed van het team uitgeoefend kon worden op het verloop van de proef. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat er twee deelnemers wachten op de derde omdat deze hond zijn apport nog niet kan vinden. De proef gaat pas verder als dat apport gevonden wordt, je kon toen zelf aangeven dat je met de proef verder wilde (wel met puntverlies uiteraard). Als team bepaalde je dus hoe er gejaagd ging worden.
De training
Dit alles is nogal veel. En om goed voor de dag te komen is het verstandig om vooraf met elkaar te trainen. Dat hebben we dan ook gedaan. In de eerste training hebben we vooral de honden aan elkaar laten wennen. De opzet van de training was dat de honden elkaars apporten zouden respecteren, dat het postgedrag goed moest zijn en dat wij als voorjagers even konden wennen aan al die dingen die ik eerder al beschreef.
Bij de tweede training was Bram er niet bij. Johan had daarom zijn labrador teefje meegenomen om toch drie honden op post te hebben staan. Nu lag de nadruk al wat meer op de apporten. Twee apporten per hond per proef, want zo zal het ook op de wedstrijd gaan. Ook wilden we de honden laten wennen aan het tegelijk werken op het veld. Het kan voor een jonge hond intimiderend zijn als hij/ zij op de terugweg is met een apport en er rakelings een andere hond voorbij schiet op weg naar een markeer. Dit is toch wel erg belangrijk omdat het je veel tijd kan schelen en zeker ook krediet oplevert bij de keurmeester.
De derde training was weer met het gehele team compleet. Een prachtige dag maar wel erg warm. De honden hadden er schijnbaar wat last van. De pit was er een beetje uit. Vooral Duke had het zwaar als oude lobbes van 9 jaar oud. Deze training was voor ons de generale. We probeerden echte proeven te bedenken waarbij bijvoorbeeld het derde apport pas kon vallen (als verleidings apport voor het tweede apport) als het tweede apport binnen was. Als het lang zou duren eer het tweede apport binnen kwam, dan heb je als team een probleem. Zo ging dat destijds ook in Haaksbergen. Toen ik thuis kwam belde Johan mij op. Hij begreep nu wat beter waarom Duke zo was afgeleid. De hond van Johan (Tuva) was loops geworden. Zij kon dus onmogelijk nog meedoen in ons team. Gelukkig had Johan Kate nog (de labrador). Zij was onze derde Flatketier ('t is niet anders).


De wedstrijd
Onze eerste proef was in het bos. Het was niet zo'n ingewikkelde proef als dat wij verwacht hadden. Ieder hond hoefde maar 1 apport te vinden. De volgorde was ook niet vrij en er mocht ook niet tegelijk gewerkt worden. Heel duidelijk dus. Voor de C hond viel er op schot een dummy vlakbij onder aan de heuvel waar we op stonden. Kate kon hem gewoon zien liggen en dus kwam dit pijlsnel binnen. Toen was ik met Flinte aan de beurt. De A en de B hond moesten in hetzelfde gebied zoeken. In dat gebied lag een dummy (vlakbij, +/- 20m.) en een duif (wat verder weg +/- 40m.). De keurmeester benadrukte dat de dummy als eerste moest binnen komen. Meteen daarna verontschuldigde hij zich omdat hij ook wel begreep dat je je hond niet kan uitleggen dat er een verplichte volgorde is bij een verloren zoek. Maar desondanks zou het het team streng worden aangerekend. En natuurlijk vond Flinte eerst de duif ('braaf hondje'). Daarna was Duke aan de beurt. Hij vond met enige aarzeling, uiteindelijk vrij eenvoudig de dummy. Deze proef zat er dus op. Op naar de volgende.